Tornooireglement

Inschrijven

Tornooireglement G-competitie, U9, U11 en U13. Voor U15: zie tornooireglement heren !


Hoofdstuk 1: De uitrusting

1. Minivoetbal wordt gespeeld met een door de VMF-goedgekeurde bal.

2. Enkel turnpantoffels (gladde zool) en turfschoenen (multistuds +64) worden toegelaten. Voor het jeugdtornooi op zondag wordt een uitzondering gemaakt en worden korte vaste noppen toegestaan.

3. Alle spelers van de ploeg dragen dezelfde uitrusting.

4. Wanneer de scheidsrechter van oordeel is dat er te weinig onderscheid is tussen de uitrustingen van beide ploegen, zal de thuisploeg zich moeten aanpassen.

Hoofdstuk 2: De spelregels

5. De wedstrijden worden betwist 5 tegen 5.

6. Men moet minimaal met 3 spelers zijn om de wedstrijd te laten starten.

7.Wanneer een ploeg gedurende een wedstrijd met minder dan 3 spelers valt, dient de wedstrijd onmiddellijk gestaakt te worden.

8. De ploegafgevaardigden en alle wisselspelers dienen zich aan één zijde van het speelveld links en rechts van de wedstrijdtafel te plaatsen op een plaats waar zij het spel niet hinderen.

9. Vervangingen zijn enkel toegelaten wanneer de bal uit is over de zij- of doellijn en moeten ALTIJD aangevraagd worden. Deze dienen evenwel uitgevoerd te worden binnen de wisselzone (2 meter links en rechts van de middellijn). Wanneer het spel stil ligt wegens fout, kan er dus NIET gewisseld worden.

10. Eens wisselspeler mag het speelveld slechts betreden nadat de effectieve speler het speelveld heeft verlaten. Overtredingen hiertegen worden bestraft met een onrechtstreekse vrije schop.

11. De wedstrijden duren 2 maal 12 minuten, bij de rust wordt er onmiddellijk van helft gewisseld.
De finale duurt ook 2 maal 12 minuten, daarna 5 minuten verlenging en dan beurtelings strafschoppen van uit het midden.

12. Enkel de nota's van de scheidsrechter zijn van tel.

13. De bezoekende ploeg neemt de eerste aftrap.

14. De aftrap is een onrechtstreekse vrije schop.

15. Alle tegenstrevers dienen zich bij de aftrap op minstens 4 meter van de bal te bevinden.

16. Bij om het even welke spelherneming waar de afstand niet werd gerespecteerd, zal de scheidsrechter dit bestraffen met een onrechtstreekse vrije schop op de plaats van de fout.

17. Bij minivoetbal mag niemand de bal met de arm of de hand raken (onopzettelijk raken bestaat dus NIET!).

18. Bij minivoetbal mag er in principe geen lichamelijk contact zijn met een tegenstrever.

19. De tegenstrever van achteraan aanvallen is niet toegestaan (bal van tussen de benen spelen dient te worden bestraft!).

20. Elke herneming dient te gebeuren binnen de 3 (drie) seconden.

21. De scheidsrechter mag voordeel toekennen.

22. Na het scoren van een doelpunt, dienen alle spelers zich terug te trekken op de eigen speelhelft en wordt vanaf het midden het spel terug op gang gebracht.

23. Wanneer een scheidsrechter ervaart dat een ploeg vrijwillig tijd wint of wanneer er door een speler al te hevig wordt geprotesteerd, mag de scheidsrechter dit bestraffen door het noteren van een extra hoekschop (niet onmiddellijk te nemen, tenzij dit de derde hoekschop is) voor de tegenpartij.

24. Wanneer de bal buiten de zijlijnen van het speelveld komt, zal hernomen worden met een intrap op de plaats waar de bal de zijlijn overschreed. De bal dient geplaatst te worden op of binnen een zone van 50cm achter de zijlijn.

25. Wanneer een intrap ongeldig wordt genomen (op de verkeerde plaats of na langer dan 3 seconden), zal de intrap dienen hernomen te worden door de tegenpartij.

26. Wanneer de bal het speelveld over de doellijnen verlaat en de bal werd laatst geraakt door een speler van de aanvallende partij, zal hernomen worden met een doeltrap. De verdedigende ploeg dient daartoe de bal stil te leggen achter de doellijn en mag daarna met de bal aan de voet in het speelveld komen.

27. Wanneer de bal het speelveld over de doellijnen verlaat en de bal werd laatst geraakt door een speler van de verdedigende partij, zal een hoekschop genoteerd worden voor de aanvallende partij. Dit zal aangeduid worden richting wedstrijdtafel met een T-teken ter kennisgeving aan de beide elftallen. Enkel de scheidsrechter neemt nota van het aantal hoekschoppen. De hoekschop mag niet onmiddellijk genomen worden.

28. Na de derde hoekschop voor dezelfde ploeg wordt een strafschop genomen VANOP DE MIDDENSTIP.

29. Alle andere spelers (van beide ploegen) dienen zich te begeven naar de andere speelhelft.

30. Wanneer door toedoen van de verdedigende partij (roepen, gooien met voorwerpen of het doel verschuiven) geen geldig doelpunt kan worden toegekend na strafschop, zal deze strafschop hernomen worden.

31. Voor de punten 24 tot en met 27 van dit reglement, geldt dat bij dubbeltrap (blockage) de bal zal worden toegekend aan de aanvallende partij.

Hoofdstuk 3: Bestraffingen

32. Alleen de scheidsrechter is voor, tijdens of na de wedstrijd bevoegd om spel- en/of tuchtstraffen op te leggen.

33. Bij elke vrije schop moet minstens 4 meter afstand genomen worden door de tegenpartij.

34. Sliding tackles zijn enkel toegelaten wanneer dit gebeurt zonder tegenstander in de buurt, zoniet zal dit bestraft worden met een onrechtstreekse (sliding in de buurt van de tegenstrever) of een rechtstreekse (sliding naar de bal aan de voet van de tegenstrever) vrije schop.

35. Fouten op de bal, op de scheidsrechter (bijv. kritiek) of onreglementaire vervangingen worden bestraft met een onrechtstreekse vrije schop. Gebeurt deze fout ten voordele van de aanvallende partij binnen het strafschopgebied van de verdedigende partij, zal de bal zo dicht mogelijk bij de plaats van de fout op de lijn van het strafschopgebied gelegd worden.

36. Fouten op de tegenstrever of handspel worden bestraft met een rechtstreekse vrije schop. Gebeurt deze fout ten voordele van de aanvallende partij binnen het strafschopgebied van de verdedigende partij, zal een strafschop worden toegekend aan de aanvallende partij. Strafschoppen worden genomen VANAF DE MIDDENSTIP. Alle overige spelers moeten zich op aan de zijlijn van het veld opstellen.

37. Wanneer door toedoen van de verdedigende partij (roepen, gooien met voorwerpen of het doel verschuiven) geen geldig doelpunt kan worden toegekend na strafschop, zal deze strafschop hernomen worden.

38. Gele kaarten kunnen worden gegeven bij inbreuken op de spelregels, de regels van de sportiviteit en de welvoeglijkheid. Het oordeel van de scheidsrechter is daarbij bepalend. Een speler die de gele kaart krijgt, dient het speelveld onmiddellijk te verlaten en mag niet meer deelnemen aan de ganse wedstrijd, ook al gebeurt dit in de eerste helft. Hij mag evenwel onmiddellijk vervangen worden. De scheidsrechter kan ook eisen dat betreffende speler een tijdje het speelveld verlaat.

39. Een rode kaart bestaat niet bij de jeugd.

40-44: niet van toepassing

45. Tijdens de wedstrijd kan de scheidsrechter tevens protestcorners toekennen. Dit zijn corners die voortkomen uit continue kritiek op de wedstrijdleiding. Deze worden door de scheidsrechter bij de overige hoekschoppen genoteerd. Indien dit leidt tot de 3e hoekschop, dan resulteert dit in een strafschop.

Hoofdstuk 4: Tornooi

46. Gelijke stand is enkel mogelijk tijdens de reekswedstrijden. Indien er na de reekswedstrijden gelijke stand is, zal men overgaan tot het beurtelings nemen van strafschoppen VANAF DE MIDDENSTIP. Deze mogen enkel door speelgerechtigde spelers worden genomen, met andere woorden spelers die een gele of rode kaart kregen, mogen niet deelnemen aan de strafschoppenreeks. Elke ploeg zal exact evenveel spelers aanduiden die in aanmerking komen om een strafschop te nemen. Wanneer ploeg A met 7 is en ploeg B met 5, dan mag ploeg A 2 spelers vrijstellen van deze strafschoppenreeks. Dit moet echter voor aanvang van de reeks aan de scheidsrechter gemeld worden. Het 'sudden death' systeem wordt gehanteerd: iedere ploeg neemt dus telkens 1 strafschop, bij gelijke stand na het nemen van die 2 strafschoppen, neemt iedere ploeg opnieuw 1 strafschop. Bij de eerste ongelijke stand, gaat de ploeg die gescoord heeft, door.

47. Na de wedstrijd wordt door de scheidsrechter het wedstrijdblad ingevuld, met vermelding van de stand.

48. Daarna wordt het wedstrijdblad door beide ploegafgevaardigden afgetekend.

49. Eens dit door beide ploegafgevaardigden is afgetekend, kunnen geen wijzigingen meer aangebracht worden.

50. Voor dit tornooi geldt een specifiek strafreglement:
50.1 - 50.4 niet van toepassing
50.5. Het terrein met de ploeg verlaten uit protest: wedstrijd wordt verloren met forfaitcijfers, tenzij de stand op dat ogenblik hoger is (doelpuntensaldo).
50.6. De wedstrijd niet kunnen aanvangen uiterlijk 5 minuten na het voorziene aanvangsuur: wedstrijd wordt verloren met forfaitcijfers.
50.7. Met minder dan drie spelers komen te staan op het veld: wedstrijd wordt verloren met forfaitcijfers, tenzij de stand op dat ogenblik hoger is (doelpuntensaldo).
50.8. De forfaitscore wordt bepaald op 5-0.

51. Indien één of meerdere terreinen niet bespeelbaar zijn (wegens bvb. zware regenval), dan worden de nog te spelen matchen vervangen door een reeks strafschoppen zoals beschreven onder artikel 46. En dit zolang de staat van de velden het niet toelaat om een voetbalwedstrijd te laten doorgaan.

52. De tornooileiding houdt zich het recht voor om op gelijk welk tijdstip de regels aan te passen!


Hoofdstuk 5: Puntentelling in de reeksen.

53. Bij het opmaken van de rangschikking wordt natuurlijk eerst rekening gehouden met het behaalde aantal punten. Bij een gelijk aantal punten wordt eerst het aantal gewonnen wedstrijden vergeleken, daarna het doelpuntensaldo en tenslotte het gemaakt aantal doelpunten. Indien hierna nog altijd een gelijke stand voorkomt, gaat men over tot loting.

Terug naar boven