Tornooireglement

Tornooireglement dames.

Hoofdstuk 1: De uitrusting

1. Minivoetbal wordt gespeeld met een door de VMF-goedgekeurde bal.

2. Enkel turnpantoffels (gladde zool) en turfschoenen (multistuds +64) worden toegelaten.

3. Alle spelers van de ploeg dragen dezelfde uitrusting.

4. Wanneer de scheidsrechter van oordeel is dat er te weinig onderscheid is tussen de uitrustingen van beide ploegen, zal de thuisploeg zich moeten aanpassen.

Hoofdstuk 2: De spelregels

5. De wedstrijden worden betwist 4 tegen 4.

6.Men moet minimaal met 3 spelers zijn om de wedstrijd te laten starten.

7.Wanneer een ploeg gedurende een wedstrijd met minder dan 3 spelers valt, dient de wedstrijd onmiddellijk gestaakt te worden.

8. De ploegafgevaardigden en alle wisselspelers dienen zich aan één zijde van het speelveld links en rechts van de wedstrijdtafel te plaatsen op een plaats waar zij het spel niet hinderen.

9.Vervangingen zijn enkel toegelaten wanneer de bal uit is over de zij- of doellijn en moeten ALTIJD aangevraagd worden. Deze dienen evenwel uitgevoerd te worden binnen de wisselzone (2 meter links en rechts van de middellijn). Wanneer het spel stil ligt wegens fout, kan er dus NIET gewisseld worden.

10. Een wisselspeler mag het speelveld slechts betreden nadat de effectieve speler het speelveld heeft verlaten. Overtredingen hiertegen worden bestraft met een onrechtstreekse vrije schop.

11. De wedstrijden duren 2 maal 12 minuten en er wordt onmiddellijk van kamp gewisseld.
De finale duurt 2 maal 15 minuten, daarna 1x 5 minuten verlenging en dan beurtelings strafschoppen van uit het midden. Na 2x 15 minuten blijven de corners staan.

12. Enkel de nota's van de scheidsrechter zijn van tel.

13. De bezoekende ploeg neemt de eerste aftrap.

14. De aftrap is een onrechtstreekse vrije schop.

15. Alle tegenstrevers dienen zich bij de aftrap op minstens 4 meter van de bal te bevinden.

16. Bij om het even welke spelherneming waar de afstand niet werd gerespecteerd, zal de scheidsrechter dit bestraffen met een onrechtstreekse vrije schop op de plaats van de fout.

17. Bij minivoetbal mag niemand de bal met de arm of de hand raken (onopzettelijk raken bestaat dus NIET!).

18. Bij minivoetbal mag er geen lichamelijk contact zijn met een tegenstrever.

19. De tegenstrever van achteraan aanvallen is niet toegestaan (bal van tussen de benen spelen dient te worden bestraft!).

20. Elke herneming dient te gebeuren binnen de 3 (drie) seconden.

21. De scheidsrechter mag voordeel toekennen.

22. Na het scoren van een doelpunt, dienen alle spelers zich terug te trekken op de eigen speelhelft en zal de bal in het spel worden gebracht van achter de doellijn. Niemand mag op de speelhelft van de tegenstrever komen zolang de bal niet in het spel is.

23. Wanneer een scheidsrechter ervaart dat een ploeg vrijwillig tijd wint of wanneer er door een speler al te hevig wordt geprotesteerd, mag de scheidsrechter dit bestraffen door het noteren van een extra hoekschop (niet onmiddellijk te nemen, tenzij dit de derde hoekschop is) voor de tegenpartij.

24. Wanneer de bal buiten de zijlijnen van het speelveld komt, zal hernomen worden met een intrap op de plaats waar de bal de zijlijn overschreed. De bal dient geplaatst te worden op of binnen een zone van 50cm achter de zijlijn.

25. Wanneer een intrap ongeldig wordt genomen (op de verkeerde plaats of na langer dan 3 seconden), zal de intrap dienen hernomen te worden door de tegenpartij.

26. Wanneer de bal het speelveld over de doellijnen verlaat en de bal werd laatst geraakt door een speler van de aanvallende partij, zal hernomen worden met een doeltrap. De verdedigende ploeg dient daartoe de bal stil te leggen achter de doellijn en mag daarna met de bal aan de voet in het speelveld komen.

27. Wanneer de bal het speelveld over de doellijnen verlaat en de bal werd laatst geraakt door een speler van de verdedigende partij, zal een hoekschop genoteerd worden voor de aanvallende partij. Dit zal aangeduid worden met een T-teken ter kennisgeving aan de beide elftallen. Enkel de scheidsrechter neemt nota van het aantal hoekschoppen. De hoekschop wordt niet genomen.

28. Na de derde hoekschop voor dezelfde ploeg, zal een cornerbal toegekend worden. Deze zal genomen worden als volgt: de bal ligt stil op de juiste plaats (zie lijntje op de doellijn) en wordt geschept door de eerste speler (en mag daarbij de grond niet raken vooraleer de tweede speler de bal heeft gekopt), de tweede speler neemt plaats buiten het strafschopgebied en kopt de bal in doel. De tweede speler mag daarbij nooit het strafschopgebied betreden (duiken en koppen kan dus enkel als dit buiten het strafschopgebied gebeurt). Vanaf het ogenblik dat de tweede speler de lijn van het strafschopgebied raakt of het strafschopgebied betreedt na het koppen (ZELFS AL IS DE BAL OP DAT OGENBLIK REEDS OVER DE DOELLIJN), zal het doelpunt NIET toegekend worden.

29. Alle andere spelers (van beide ploegen) dienen zich te begeven naar de andere speelhelft.

30. Wanneer door toedoen van de verdedigende partij (roepen, gooien met voorwerpen of het doel verschuiven) geen geldig doelpunt kan worden toegekend na cornerbal, zal deze cornerbal hernomen worden.

31. Voor de punten 24 tot en met 27 van dit reglement, geldt dat bij dubbeltrap (blockage) de bal zal worden toegekend aan de aanvallende partij.



Hoofdstuk 3: Bestraffingen

32. Alleen de scheidsrechter is voor, tijdens of na de wedstrijd bevoegd om spel- en/of tuchtstraffen op te leggen.

33. Bij elke vrije schop moet minstens 4 meter afstand genomen worden door de tegenpartij.

34. Sliding tackles zijn enkel toegelaten wanneer dit gebeurt zonder tegenstander in de buurt, zoniet zal dit bestraft worden met een onrechtstreekse (sliding in de buurt van de tegenstrever) of een rechtstreekse (sliding naar de bal aan de voet van de tegenstrever) vrije schop.

35. Fouten op de bal, op de scheidsrechter (bijv. kritiek) of onreglementaire vervangingen worden bestraft met een onrechtstreekse vrije schop. Gebeurt deze fout ten voordele van de aanvallende partij binnen het strafschopgebied van de verdedigende partij, zal de bal zo dicht mogelijk bij de plaats van de fout op de lijn van het strafschopgebied gelegd worden.

36. Fouten op de tegenstrever of handspel worden bestraft met een rechtstreekse vrije schop. Gebeurt deze fout ten voordele van de aanvallende partij binnen het strafschopgebied van de verdedigende partij, zal een strafschop worden toegekend aan de aanvallende partij. De strafschoppen worden genomen VANAF DE MIDDENSTIP. Alle overige spelers moeten zich aan de zijlijn van het veld opstellen.

37. Wanneer door toedoen van de verdedigende partij (roepen, gooien met voorwerpen of het doel verschuiven) geen geldig doelpunt kan worden toegekend na strafschop, zal deze strafschop hernomen worden.

38. Gele kaarten kunnen worden gegeven bij inbreuken op de spelregels, de regels van de sportiviteit en de welvoeglijkheid. Het oordeel van de scheidsrechter is daarbij bepalend.

39. Rode kaarten kunnen gegeven worden indien de scheidsrechter oordeelt dat het om een brutaliteit gaat, of omwille van slaan of spuwen op of naar een tegenstrever of scheidsrechter.

40. Een zeker doelpunt dat verhinderd wordt door handspel of een duidelijke scoringskans die ontnomen wordt BUITEN het strafschopgebied van de verdedigende ploeg (ongeacht de plaats op het veld en of de doelman nog in zijn doel staat), zal niet bestraft worden met een rode kaart tenzij de fout op zich de rode kaart vereist. De overtreder zal bestraft worden met een gele kaart, er zal een rechtstreekse schepcorner volgens de principes van punt 28 tot en met 30 aan de ploeg van het slachtoffer toegekend worden (onmiddellijk te nemen), en na deze schepcorner zal hernomen worden met een vrije schop ten voordele van de ploeg van het slachtoffer op de plaats van de fout.

41. Een zeker doelpunt dat verhinderd wordt door handspel of een duidelijke scoringskans die ontnomen wordt BINNEN het strafschopgebied van de verdedigende ploeg, zal niet bestraft worden met een rode kaart tenzij de fout op zich de rode kaart vereist. De overtreder zal bestraft worden met een gele kaart en er zal hernomen worden met een strafschop ten voordele van de ploeg van het slachtoffer. De bal wordt daarbij op de middenstip geplaatst en mag door een aanvaller richting doel getrapt worden. Alle overige spelers moeten zich op de andere speelhelft bevinden.

42. Een speler die de gele kaart krijgt, dient het speelveld onmiddellijk te verlaten en mag niet meer deelnemen aan de ganse wedstrijd, ook al gebeurt dit in de eerste helft.
Zij mag pas vervangen worden wanneer de bal buiten het speelveld is.

43. Een speler die de rode kaart krijgt, dient het speelveld onmiddellijk te verlaten, mag niet meer deelnemen aan het spel en mag hij ook niet vervangen worden.

44. Wanneer tijdens een wedstrijd een rode kaart wordt getoond, moet door de scheidsrechter de naam van de dader op het wedstrijdblad worden geplaatst met de vermelding dat deze speler de rode kaart getoond werd en moet de scheidsrechter tevens duidelijk de reden noteren.

45. Tijdens de wedstrijd kan de scheidsrechter tevens protestcorners toekennen. Dit zijn corners die voortkomen uit continue kritiek op de wedstrijdleiding. Deze worden door de scheidsrechter bij de overige hoekschoppen genoteerd, en dienen slechts genomen worden indien dit de derde hoekschop zou zijn.



Hoofdstuk 4: Tornooi

46. Gelijke stand is enkel mogelijk tijdens de reekswedstrijden. Indien er na de reekswedstrijden gelijke stand is, zal men overgaan tot het beurtelings nemen van strafschoppen VANAF DE MIDDENSTIP. Deze mogen enkel door speelgerechtigde spelers worden genomen, met andere woorden spelers die een gele of rode kaart kregen, mogen niet deelnemen aan de strafschoppenreeks. Elke ploeg zal exact evenveel spelers aanduiden die in aanmerking komen om een strafschop te nemen. Wanneer ploeg A met 7 is en ploeg B met 5, dan mag ploeg A 2 spelers vrijstellen van deze strafschoppenreeks. Dit moet echter voor aanvang van de reeks aan de scheidsrechter gemeld worden. Het 'sudden death' systeem wordt gehanteerd: iedere ploeg neemt dus telkens 1 strafschop, bij gelijke stand na het nemen van die 2 strafschoppen, neemt iedere ploeg opnieuw 1 strafschop. Bij de eerste ongelijke stand, gaat de ploeg die gescoord heeft, door. Zo er na 4 strafschoppen per ploeg nog geen winnaar is, zal het strafschoppunt verder weg gelegd worden tot op de lijn van het andere strafschopgebied

47. Na de wedstrijd wordt door de scheidsrechter het wedstrijdblad ingevuld, met vermelding van de stand en de eventuele rode kaarten.

48. Daarna wordt het wedstrijdblad door beide ploegafgevaardigden afgetekend.

49. Eens dit door beide ploegafgevaardigden is afgetekend, kunnen geen wijzigingen meer aangebracht worden.

50. Voor dit tornooi geldt een specifiek strafreglement bij forfait en/of rode kaart:
50.1. Slaan en spuwen naar tegenstrever of scheidsrechter: uitsluiting uit het tornooi.
50.2. Brutale fout (sliding tackle op de man): 2 wedstrijden geschorst.
50.3. Aanhoudende kritiek op de scheidsrechter: 1 wedstrijd geschorst.
50.4. Spelen wanneer men geschorst is: forfaitscore 5-0, de schorsing verschuift naar de volgende wedstrijd + 1 supplementaire wedstrijd geschorst.
50.5. Het terrein met de ploeg verlaten uit protest: wedstrijd wordt verloren met forfaitcijfers, tenzij de stand op dat ogenblik hoger is (doelpuntensaldo).
50.6. De wedstrijd niet kunnen aanvangen uiterlijk 5 minuten na het voorziene aanvangsuur: wedstrijd wordt verloren met forfaitcijfers.
50.7. Met minder dan drie spelers komen te staan op het veld: wedstrijd wordt verloren met forfaitcijfers, tenzij de stand op dat ogenblik hoger is (doelpuntensaldo).
50.8. De forfaitscore wordt bepaald op 5-0.

51. Indien één of meerdere terreinen niet bespeelbaar zijn (wegens bvb. zware regenval), dan worden de nog te spelen matchen vervangen door een reeks strafschoppen zoals beschreven onder artikel 46. En dit zolang de staat van de velden het niet toelaat om een voetbalwedstrijd te laten doorgaan.

52. De tornooileiding houdt zich het recht voor om op gelijk welk tijdstip de regels aan te passen!

Hoofdstuk 5: Puntentelling in de reeksen.

53. Bij het opmaken van de rangschikking wordt natuurlijk eerst rekening gehouden met het behaalde aantal punten. Bij een gelijk aantal punten wordt eerst het aantal gewonnen wedstrijden vergeleken, daarna het doelpuntensaldo en tenslotte het gemaakt aantal doelpunten. Indien hierna nog altijd een gelijke stand voorkomt, gaat men over tot loting.

Terug naar boven